Van Tromsø naar Longyearbyen

26 maart 2025 - Longyearbyen, Spitsbergen en Jan Mayen

Er trekt een sneeuwgebied over het noorden van Noorwegen. Op de radar is te zien dat het er om elf uur vanochtend overheen moet zijn getrokken, maar voorlopig biedt Tromsø een zeer winterse aanblik. Na het ontbijt ga ik een tijdje in de ontbijtruimte zitten. Bakje koffie erbij. Als ik rond elf uur de bus naar het vliegveld neem, ben ik vroeg genoeg. Maar de sneeuw blijft maar vallen en ik kijk op de website van het vliegveld in Tromsø. Er zijn vluchten vertraagd maar niet geannuleerd. Tegen half elf verlaat ik de Norwegian Fjord Explorer en bagger door zeker dertig centimeter sneeuw. De bushalte is gelukkig vlakbij en om kwart voor elf stap ik in. De bussen rijden op tijd, volgens schema. De busrit naar het vliegveld duurt ruim 20 minuten en we rijden door een bijna dichtgesneeuwd landschap. Ik maak een filmpje met m’n telefoon. Toch kijkt niemand raar op van deze vracht sneeuw. Men is het gewend. Op het vliegveld is het druk, maar alles vliegt gewoon door. Alleen vluchten die met kleine toestellen worden uitgevoerd, twee propeller vliegtuigen, een vlaigende deuze, zoals we Groningen wel eens zeggen, wachten op beter weer. 

Ik geef m’n tas weer af, ga door de security, en neem een cappuccino met een scone. Daarna ga ik door de douane. Hoewel Spitsbergen bij Noorwegen hoort, moet ik toch m’n paspoort laten zien. Ik vlieg vandaag met een Boeing 737-800 van Norwegian Air. Zo te zien is het al een wat ouder toestel, maar het vliegt prima. Een half uur later dan gepland vertrekken we. Start- en landingsbanen worden continu door vijf reusachtige sneeuwschuivers die schuin achter elkaar in konvooi rijden, schoongehouden. Opstijgen is dan ook geen enkel probleem. Het toestel prikt al snel door het wolkendek en het zonnetje komt er weer bij. Al snel ligt het sneeuwgebied achter ons en kun je door de plukjes wolken de Noordelijke IJszee zien. De vliegtijd naar Longyearbyen bedraagt anderhalf uur en om kwart over drie wordt de landing ingezet. Het weer boven Spitsbergen is goed. Zonnig en min zeven graden, nauwelijks wind. Door de raampjes zie ik een betoverend wit landschap van een surrealistische schoonheid. Nadat de wielen de grond raken, gaat de piloot vol in de remmen. Goed dat iedereen in de veiligheidsriemen zit, want het gaat wel heel fors. Zou er een ijsbeer op de landingsbaan liggen te rollen? De passagiers kunnen met de trap het toestel verlaten. Bijna iedereen begint meteen foto’s te maken. 
Ik heb het gered. Ik ben in Spitsbergen of Svalbard, zoals de Noren het steevast noemen. 78 graden noorderbreedte, ongeveer 1300 kilometer van de Noordpool. Maar het was onze beroemde zeevaarder Willem Barentsz die de eilandengroep in 1596 ontdekte tijdens zijn zoektocht naar een noordelijke doorvaart voor de Hollandse handelsschepen op weg naar China. De expeditie liep echter vast in het ondoordringbare pakijs, waarna de bemanning noodgedwongen de winter op Nova Zembla moest doorbrengen. Barentsz overleefde die winter niet. Tijdens deze expeditie kreeg Spitsbergen zijn naam,  hoewel de eilanden het eerst een tijdje met Het Nieuwe Land moesten doen. Maar nadat de Noren in 1925 de soevereiniteit over Spitsbergen kregen - tot die tijd was de archipel statenloos - moest de naam worden veranderd in Svalbard, wat oud-Noors is voor ‘koude kust’. Een Vikingnaam die dateert uit het jaar 1194.

De bagage is vlot uit het toestel en voor de kleine aankomsthal staan bussen. Die brengen de passagiers naar de diverse hotels. De chauffeur wijst ons nog op de Wereldzadenbank. In een bevroren berg van zandsteen liggen hier zaden en planten vanuit de hele wereld opgeslagen voor het geval zich een apocalyps voordoet. De zaden zijn verpakt in speciale folie die moet voorkomen dat de inhoud nat wordt. Men koos voor Spitsbergen omdat daar geen vulkanische activiteit is. Deze Ark van Noach voor zaden herbergt 1,2 miljoen zaadmonsters van 6100 verschillende soorten. Nederland is goed voor 76.000 monsters.


Ik moet naar de Coal Miners Cabins, iets buiten Longyearbyen. Het is de laatste stop van de bus en samen met nog vijf passagiers stap ik uit. Inchecken kan in het restaurant. Oliver, de medewerker met wie ik gisteren gemaild heb, helpt mij. Mijn kamer is in het gebouw tegenover de receptie. Gebouw 5, kamer 5103. Mijn kamersleutel hangt aan een pikhouweel sleutelhanger. Echt Coal Miners country.

Heerlijk, zo’n ruime kamer. Op de gang een batterij wc’s en douches. Ziet er allemaal netjes uit. Ik heb me vlot geïnstalleerd en besluit daarna nog even naar het centrum te lopen om te genieten van het landschap en het prachtige licht. Nou ja, even. Het is ruim twee kilometer, maar het loopt vlot door de knisperende sneeuw en de tintelende vrieskou. Links er rechts hoge, besneeuwde steile bergwanden en het zonlicht kleurt de sneeuw zacht roze. Ik loop door het plaatsje, kijk even op een plattegrond en loop bij een Amerikaans formaat supermarkt naar binnen om te kijken wat ze daar allemaal hebben. Niet gering. En het voorjaar is in aantocht, de 40 liter zakken potgrond zijn in de aanbieding.

Ik loop het hele stuk weer terug. Al met al heb ik toch nog anderhalf uur flink doorgestapt. Ik besluit in het restaurant van het hotel te gaan eten. Het is er niet druk. Schoenen uit en in het rek en op sokken verder. Iedere dag van de week hebben ze een dagschotel. Vandaag is dat varkensvlees, diverse soorten gekookte groenten en aardappelpuree. Dat lijkt me wel wat. Ik neem er een halve liter Duits tapbier bij. 
Achter in de zaal staan drie gamellen waaruit je kunt opscheppen. Je kunt er ook nog wat stokbrood en salade bij nemen als je dat wil. Voor bij elkaar ongeveer 25 euro vind ik dat niet duur op deze breedtegraad.
Na het eten ga ik naar m’n kamer. Het is mooi geweest voor vandaag. Misschien is het noorderlicht vannacht nog te zien hier. De condities lijken gunstig. 

‘s Avonds op mijn kamer denk ik ook: mag ik hier eigenlijk wel zijn? Nergens zijn de schrikbarende gevolgen van de klimaatverandering zo zichtbaar als op Spitsbergen. Daar staat tegenover dat de natuur van een allesverpletterende schoonheid is en de indruk wekt alsof ze er al sinds het begin van de schepping zo onverschillig majestueus bij ligt. Daarom, beste lezer, eindig ik deze dag, met een enorme berg boter op mijn hoofd, met een dringend advies: Ga niet naar Spitsbergen/Svalbard. Het is er te mooi!

Foto’s

8 Reacties

  1. Marijke:
    26 maart 2025
    Gewelig allemaal geniet ervan.Stuur foto's of video genieten wij ook.😘
  2. Marijke B:
    26 maart 2025
    Zonsondergang met roze sneeuw… wat een plaatje. Wel dus je geweer even thuislaten. Maar oppassen voor de ijsberen!
  3. Reiny van deBunt:
    26 maart 2025
    Ff een dagje rustig aan..je mag toch niet jagen 😘🙈🤣...maar aan prachtige plaatjes geen gebrek! Adembenemend in werkelijkheid denk ik! Echt het WHOW effect!!
  4. Liesbeth:
    26 maart 2025
    Mooi die roze sneeuw!!
  5. Marga Amesz:
    27 maart 2025
    Dank voor de tip, maar als je volgende keer ook nog het noorderlicht beschrijft, komt Spitsbergen toch echt op mijn bucketlist…
  6. Lou van Hurck:
    27 maart 2025
    Ziet er spectaculair uit Rolf!
  7. Ray:
    27 maart 2025
    He Rolf dat ziet er prachtig uit! Krijg allemaal associaties met een van mijn favoriete jeugdboeken van Pullman, Het Gouden Kompas. De avonturen van Lyra, Pan, Lord Asriël en Iorek Byrnison en Serfina Pekkala. Ook prachtig verfilmd. Geniet van deze mooie sprookjeswereld!
  8. Lina:
    27 maart 2025
    Niets aan toe te voegen. Prachtig 🥰