Tromsø, 70 graden noorderbreedte, dag 2
25 maart 2025 - Tromsø, Noorwegen
Prima nachtje in het vooronder. Dat zal ook gelegen hebben aan het glaasje wijn waar ik gisteravond aan boord om vroeg. Ik kreeg een groot glas dat bijna tot de rand werd gevuld. Daar kom ik de avond wel mee door, dacht ik. Toen het leeg was, werd er nog een keer ingeschonken. Daar had ik niet om gevraagd, maar het pak was bijna leeg, dus het moest op. En ik had toch nog wel trek in een glaasje? Maar er bleek toch nog meer in het pak dan gedacht. Het glas zat weer voor driekwart vol. Na een paar slokjes heb ik het naar m’n hut meegenomen en daar toch maar door de wastafel gespoeld. Ik ken m’n tax.
Lekker geslapen dus. Toen ik om kwart over vijf in de ochtend uit mijn kooi moest kruipen om de sanitaire voorzieningen te inspecteren, keek ik naar buiten. Er stond een ware sneeuwjacht. Dat beloofde wat.
Tegen zeven uur eruit. Douchen in de gemeenschappelijke douchecabine aan boord. Daarna een uitgebreid ontbijtbuffet en even na achten stap ik van boord om naar de catamaran van de walvissafari te gaan. Tijdens de zomermaanden loop je er in tien minuten naar toe, maar het sneeuwt nog steeds. En er lag al genoeg, maar er kan altijd nog meer bij. De ochtendspits is in volle gang en auto’s banen zich langzaam een weg door de sneeuw. Sneeuwschuivers proberen de weg sneeuwvrij te houden, hetgeen neerkomt op dweilen met de kraan open. Het is grauw en grijs en de omliggende bergen zijn amper te zien. In ruim twintig minuten glibber ik naar het schip, een grote, zeewaardige catamaran, Gabriele genaamd. De gids controleert of we er allemaal zijn en tot mijn grote vreugde sta ik op zijn lijst. Er zijn hooguit dertig passagiers.
Binnen is het behaaglijk en ik nestel me voor op het schip in de comfortabele kunstleren fauteuils. Koffie en thee zijn gratis verkrijgbaar. Eerst maar een bakkie dan.
Om negen uur stipt vertrekken we. Veel aandacht voor de veiligheidsinstructies en nog meer aandacht voor zeeziekte. Onwillekeurig denk ik terug aan de driedaagse tocht die we in 1991 maakten door de Inside Passage, vanuit Bellingham in het noordwesten van de V.S. naar Skagway, Alaska. Ook door een fjordengebied. Kalme wateren.
Na ruim een half uur varen, komen we in de buurt van een eiland waar nogal eens witstaartzeearenden zitten. Enorme roofvogels. Mannetjes hebben een spanwijdte van 2.50 meter en vrouwtje van 2.30 meter. Het schip ligt bijna stil. Er zijn twee exemplaren gespot. Gelukkig heb ik de verrekijker van Marijke bij me en ik krijg ze snel in beeld. Wat een beesten! De bemanning gooit wat brood overboord. Onmiddellijk worden er enkele meeuwen actief, maar de zeearenden zijn nu ook alert en vliegen richting boot. Ze zijn met het blote oog goed te zien en door de verrekijker nog beter. Ze vliegen op ongeveer 20 meter afstand, storen zich in het geheel niet aan ons. Even later gooit de bemanning vis in het water. De zeearenden cirkelen vlak langs en over de boot. Een pracht gezicht. Met gestrekte poten en de klauwen gespreid, grijpen ze hun prooi uit het water, vliegen ermee naar de wal en gaan het vervolgens op zitten peuzelen. Door de verrekijker kan ik het nauwgezet volgen.
We varen verder. Het weer begint iets op te knappen. De lucht breekt en er komt af en toe een zonnetje bij. Maar de wind trekt ook aan. De bedoeling is dat we naar Sommarøy varen, een eiland in de Atlantische Oceaan voor de kust van Noorwegen. De fjord wordt steeds breder en we komen steeds meer in open water terecht. De zee wordt ook steeds ruwer. De catamaran stampt over de golven die hoger en hoger lijken te worden. Op het bovendek is nauwelijks nog te wezen. Voor de rondvliegende stukken ijs die van de boot loskomen moeten we oppassen, dus sta ik met nog een paar andere waaghalzen onder de overkapping. Goed vasthouden dus. Niet veel later roept de gids om dat de kapitein het te riskant vindt om verder te varen. De golven worden te hoog. We moeten allemaal naar beneden, want hij zal de boot draaien, waardoor het schip dwars op de golven komt te liggen en behoorlijk kan gaan slingeren. Op het stampende schip gaan we voorzichtig naar beneden. Het dek en de trap zijn glibberig en nat en de relingen zitten vol met ijs en zijn dan ook steenkoud. Het draaien gaat snel en het slingeren is nu zo goed als afgelopen. Er wordt een ander plan gemaakt. Twee andere fjorden zullen worden aangedaan. Weer komen we zeearenden tegen en we zien nog een paar rendieren. Bij een kleine fjord bezoeken we een duikbootbasis uit de tijd van de Koude Oorlog. Het is een tunnel van enkele honderden meters lang, uitgehakt in de rotsen. Ten slotte varen we om het eiland heen waar Tromsø op ligt.
Om drie uur ‘s middags leggen we weer aan in Tromsø. Ik ga naar mijn logeeradres, drink daar een kop thee, en ga aan het eind van de middag eten bij restaurant Egon. Prima adresje! Bedankt Lou!
Vanuit het restaurant loop ik naar de bushalte. Het begint snel donker te worden en ik wil nog naar Tonsdalen, aan de overkant van het water. Daar staat de Arctic Carhedral, oftewel de IJszeekathedraal. Het is trouwens een kerk, want de kathedraal staat in Tromsø zelf. Het gebouw is ontworpen door architect Jan Inge Hovig en is opgebouwd uit beton, dat aan de buitenzijde met aluminium bekleed is. Aan de voor- en achterzijde heeft het een glazen gevel. Deze is aan de voorkant 35 meter hoog. Het gebouw symboliseert de ijsbergen, het poollicht en de poolnachten. Op 19 december 1965 werd de kerk ingewijd en in 1972 werd aan de oostwand een 23 meter hoog gebrandschilderd raam toegevoegd met een oppervlakte van 140 vierkante meter. De IJszeekathedraal wordt ook wel de Opera genoemd, omdat deze een beetje doet denken aan de Sydney Opera House.
De bushalte stopt vlakbij de kerk. Ik banjer door de sneeuw en loop om het gebouw heen en maak foto’s. Binnen is het een drukte van belang en zo te zien zijn het geen kerkgangers maar toeristen. Ik besluit naar binnen te gaan. Inderdaad, het zijn Duitsers. Ze zijn met een cruise. Ik zie de reisleider rondlopen. Hij heeft een blauw vest aan waar achterop in grote letters Mein Schiff is geborduurd. Hun schip ligt in de haven van Tromsø. Ik ben onder de indruk van het interieur, strak, sober en modern.
Het gebouw loopt leeg. Als één van de laatsten ga ik naar buiten, maar niet voordat ik een kaarsje heb opgestoken. Voor Willy.
Ik neem de bus terug en loop vanaf de halte naar mijn overnachtingsadres. Het is weer mooi geweest voor vandaag.


Succes hoor !!