Naar het verborgen paradijs, de uitvoering
18 september 2026 - Ponta Delgada, Portugal
Here we go again. Als een oorwurm nestelt dit deuntje uit de jaren zestig zich vandaag in m’n hoofd. Het liedje werd destijds gezongen door een groepje uit het Verenigd Koninkrijk. Uit Manchester om precies te zijn. De leden waren fan van Buddy Holly en daarom noemden ze zich The Hollies.
Maar goed, terzake nu. Ik ga dus weer op pad. Dit keer naar de Azoren, een archipel bestaande uit negen vulkanische eilanden midden in de Atlantische Oceaan. De eilandengroep hoort bij Portugal. Maar liefst 24 dagen heb ik uitgetrokken voor zes van de in totaal negen eilanden. De bedoeling is dat ik ga eiland hoppen en ik hoop dat de vluchten en veerdiensten die ik geboekt heb , allemaal volgens vluchtschema en dienstregeling vertrekken.
De afgelopen dagen heb ik alle afspraken en boekingen gecheckt en nog eens gecheckt en op papier lijkt het allemaal waterdicht, maar veranderende weersomstandigheden kunnen roet in het eten gooien. Daar dien ik rekening mee te houden op de Azoren. De weergoden lijken me de komende twee weken echter gunstig gezind: zonnig, licht bewolkt, een temperatuur van 23, 24 graden Celsius en een verkoelend briesje. Ik begin er zin in te krijgen.
De Airbus A321 van Transavia vertrekt om 16:15 uur vanaf Schiphol. Het miezert maar het toestel prikt snel door het wolkendek heen. Het koerst richting Londen, maar buigt al snel af naar het zuiden en via Bretagne en de Golf van Biskaje vliegt het over Noordwest Spanje om daarna over de Atlantische Oceaan te vliegen richting Azoren. De vliegtijd bedraagt drie uur en 55 minuten en het tijdsverschil met Nederland bedraagt twee uur. Om 18:10 uur lokale tijd landt het toestel op de luchthaven van Ponta Delgada op het eiland São Miguel.
De temperatuur bedraagt 22 graden Celsius en het is bewolkt. Het weer kan hier snel veranderen.
Mijn tas is vrij vlot uit het vliegtuig en om kwart voor zeven sta ik in de vertrekhal. Douane zie ik hier niet.
Vervolgens begint het wachten bij het autoverhuurbedrijf, Ilha Verde. Daar staat inmiddels een behoorlijke rij en er zijn slechts twee medewerkers die de huurders kunnen helpen. Het betekent anderhalf uur wachten, maar ik heb geen tijd voor haast en observeer de mensen die in de diverse rijen staan.
Om kwart voor acht ben ik als laatste aan de beurt enkele minuten ben ik klaar en loop ik naar de parkeerplaats waar een witte Fiat500 cabrio op mij staat te wachten. Geen automaat, dus dat wordt weer met de hand schakelen. Geen probleem. Na een korte inspectie van de auto - geen schade - stap ik in en rijd weg van de luchthaven. Het begint inmiddels te schemeren en ook zachtjes te regenen. De weergoden kijken vanavond de andere kant op. Waar zit de bediening voor de ruitenwissers? Ik parkeer de auto langs de kant van een straat, test de ruitenwissers en zoek de knoppen om de portierraampjes mee te openen, want de boel begint binnen aardig te beslaan.
Inmiddels wordt het snel donker en ik kan me lastig oriënteren. Weet wel ongeveer waar ik zijn moet, maar de straten en straatjes zijn slecht verlicht en de straatnaambordjes zijn of afwezig of niet te lezen. Bovendien zijn bijna alle smalle straatjes eenrichtingsverkeer. Gelukkig is er nauwelijks verkeer.
Voor een groot restaurant zie ik een iemand staan. Ik parkeer de Fiat, stap uit en vraag of hij Engels spreekt. Dat blijkt het geval. Ik vraag hem of hij weet waar de Rua José Bensuade is. Hij spreekt de straatnaam uit op z’n Portugees en dan wordt het meteen een geheel andere straat. Onze telefoons bieden uitkomst. Wat blijkt, ik ben er vlakbij. Slechts twee straten verwijderd van het straatje waar mijn hotelletje is. Ik bedank hem en vervolg mijn zoektocht. Snel heb ik José Bensuade gevonden. Een smal eenrichtingsstraatje met rechts allemaal geparkeerde auto’s en behoorlijk donker. Nu op zoek naar nummer 41B. Ook die is snel gevonden. Ik frommel het Fiatje tussen een paar geparkeerde auto’s en stap uit. Vrijwel meteen gaat er een deur open en komt een man in een wit hemd naar buiten om me duidelijk te maken dat ik de auto daar niet neer mag zetten, want ik sta voor zijn uitrit en hij moet zo direct weg. Ik maak hem duidelijk dat ik op zoek ben naar het guesthouse en dat ik over vijf minuten weg ben. Akkoord en die vijf minuten krijg ik van hem.
Dan hoor ik mijn naam roepen. Rolf!? Ja. Het is Vanessa, Vanessa Borges, de eigenaresse van het Mermaid Vagabond Guesthouse. Ze staat in de deuropening van haar guesthouse. Ik haal de bagage uit de auto en zet die alvast bij haar neer. De auto parkeer ik enkele minuten later verderop.
Vanessa laat me de ontbijtruimte en de keuken zien. Ik maak kennis met haar hond, Charly. Ze is zes jaar oud en ze komt uit het asiel. Het lijkt me een heel lieve aanhankelijke hond. Morgen maar wat uitgebreider met het dier kennis maken.
Tot zover, tot morgen.

Een heel fijne tijd op de Azoren.
Dat wordt vast genieten de komende tijd zowel voor jou als voor mij om mee te beleven.