Walk of Grief

5 juni 2026 - Terschelling, Nederland

Op Terschelling is sinds 1 maart 2025 officieel een Walk of Grief, een rouwpad. Het is een uitgestippelde pelgrimstocht van 75 kilometer, verdeeld in vijf etappes, die loopt over het hele eiland. De tocht is voor iedereen die te maken krijgt met verlies. Of het nu gaat om het verlies van een geliefde, een relatie, droom of gezondheid, wandelen in de natuur kan helpen wanneer je ermee te maken krijgt. De datum van de officiële opening is niet zomaar een datum. Op 1 maart 2021 verloren Arjan Berkhuysen en Anemoon Elzinga hun 16-jarige zoon Mees door een tragisch verkeersongeluk. Deze heftige gebeurtenis inspireerde hen om een rouwpad uit te zetten door de natuur van Terschelling. De Walk of Grief is voor iedereen. Het pad wil je laten voelen dat je niet alleen bent in je verdriet.

Ik wist ervan. Ooit was het een item geweest in het tv-programma BinnensteBuiten en ruim anderhalf jaar geleden sprak ik twee dames die een etappe van dit pad aan het uitzetten waren. 
Ik herinner me dat één van de dames op dramatische wijze was vast komen te zitten in de bramenstruiken. Zonder hulp en met gevaar voor eigen leven had ze zich op het nippertje weten ze ontworstelen aan de grijpgrage stekels, zo vertelde ze later in een restaurant. Zo zie je maar, een rouwpad gaat over lijken.

Macaber grapje. Genoeg. Vandaag krijg ik te maken met iemand die de Walk of Grief loopt, al weet ik dat nog niet wanneer ik veel te laat opsta. Half tien. Dat is me in geen jaren overkomen. Even tempo maken, want ik wil vandaag naar de Boschplaat. Naar het drenkelingenhuisje tussen paal 23 en 24. Vaste prik wanneer ik op het eiland ben. Voor mij is de tocht naar dit monumentje inmiddels een pelgrimstocht, dat zal ieder die mijn verhalen leest duidelijk zijn. Ik ervaar het niet als een Walk of Grief, meer als een tocht met mooie herinneringen naar een plaats van herinnering, een Lieux de Mémoire. 
Het weer is prima: droog, zonnig, mooie wolkenluchten, helder en de wind is gaan liggen. 

Op de fiets via de Wierschuur naar het begin van de Boschplaat en dan over het zanderige karrespoor naar de eerste vogelwachterskeet. Vierentwintig uur per dag zitten hier twee vogelwachters om de boel in de gaten te houden. Ik hobbel de vier kilometer over het karrespoor en zet mijn fietst tegen het houten rek onder aan het duin waar de keet op staat. Dan naar boven. Het uitzicht is wederom fantastisch. Over de duinen en de stuifdijk zie ik in de verte de rood-wit gestreepte vuurtoren van Ameland. Ik kijk uit over de Boschplaat, Werelderfgoed. Zie het Wad en heel ver weg de vage contouren van het Friese vasteland. Elke keer als ik hier kom, is het anders, maar telkens is het wonderschoon. Ik blijf een tijdje kijken en ga dan door de duinen richting strand.

Ik herinner me de foto die Willy maakte toen we hier in mei 2022 waren en dezelfde route naar het strand en de zee liepen. Voor de zoveelste keer op weg naar het drenkelingenhuisje. Het was een schitterende foto: strakblauwe lucht, mooie duinenpartij met een doorkijk naar het strand en de zee. Toen we weer in ons huisje op Tjermelân waren, stuurde ze de foto naar Weerplaza. Dat deed ze bijna dagelijks en haar foto’s werden best veel bekeken. Destijds krabbelde ze heel, heel langzaam weer uit haar depressie en de weerfoto’s hielpen haar daarbij. Helemaal wanneer andere bezoekers van Weerplaza haar foto’s bekeken. Deze foto werd echter uitermate goed bekeken. Toen we buiten bij het huisje aan de thee zaten, zat ik op de I-pad te kijken naar de ingestuurde weerfoto’s en zag die van haar voorbijkomen. “Hé Wil, weet je hoe vaak je foto al bekeken is?” “Nee”, antwoordde ze. “Al bijna 11.000 keer.” Ze kon het niet geloven en het deed haar zichtbaar goed. 

 De anderhalve kilometer naar ‘t Húske op ‘e hoek, zoals de eilanders het noemen, loop ik langs de vloedlijn. Er staat nog een flinke branding, het is hoog water, het strand ligt bezaaid met scheermessen en er ligt veel schuim. Het huisje komt langzaam dichterbij. Ik tel zeven mensen die er ook naar toe lopen. Het is best druk. Eenmaal bij het huisje maak ik wat foto’s en klim dan naar boven. Wanneer ik het huisje binnenga, zitten er drie mensen die er hun broodje eten. Eén van hen leest hardop een tekst die met viltstift op de houten binnenwanden is geschreven. Ik herken het meteen:
En als ik doodga, huil maar niet
Ik ben niet echt dood
Moet je weten
’t Is maar een lichaam 
Dat ik achterliet
Dood ben ik pas
Als jij me bent vergeten


Prachtige tekst van de veel te jong overleden zanger, singer-songwriter, componist, cabaretier Bram Vermeulen. We kenden het lied, vonden het mooi. De man in het huisje leest het voor op een manier waaruit blijkt dat hij de woorden voor de eerste keer ziet. Zal ik……nee, ik houd m’n mond. Niet de betweter uit gaan hangen, Eerens. Laat maar. 
Ik knoop een praatje aan met de drie. Het zijn ook echte Terschellingfans, net als ik. Ieder jaar één of twee keer naar het eiland en altijd een keer naar ‘t Húske. Later komt er nog een echtpaar de trap op geklauterd. Met z’n zessen zitten we in het hokje en kijken naar de volgeschreven houten wanden. Heel veel namen van mensen die hier geweest zijn, ook veel ‘we missen je’ en ‘voor altijd in onze gedachten’. 

Langs de vloedlijn loop ik weer terug richting vogelkeet. Daar staat een dure Swarovski kijker op een statief. Een vrouw vraagt mij of ik weet hoe de kijker werkt, want ze wil er wel even doorheen kijken. Ze praat goed Nederlands maar heeft een accent dat ik niet één twee drie thuis kan brengen. Ze besluit het aan één van de vogelwachters te vragen. Natuurlijk mogen we even kijken. Hij legt uit hoe we de kijker scherp kunnen stellen. Door de kijker zien we een velduil. Die zijn best zeldzaam, zelfs hier in dit vogelparadijs. Het beest is druk in de weer met het verzamelen van voedsel. Heeft waarschijnlijk jonkies.

Ik herinner me de eerste keer dat Willy en ik samen naar de oostpunt van het eiland gegaan zijn. Dat was in de zomer van 1980, toen we kampeerden op Nieuw-Formerum. Het was mooi weer en we fietsen over het karrenspoor richting Amelander Gat. Willy maakte een foto van me, terwijl ik met een gekke bek in de Kleine Kaap hing. Ik maakte een foto van Willy toen ze in haar bikini languit in het zand lag. Dolverliefd waren we.

Met de vogelwachter raak ik aan de praat over de afslag aan de oostpunt van het eiland. De laatste jaren is er vier kilometer eiland verdwenen. Dat is gigantisch. Door die kustafslag begint het gebied kleiner te worden en slaat de diversiteit om: grassen en riet krijgen langzaamaan de overhand. Dat heeft negatieve gevolgen voor de broedvogels. Een van de grootste natuurgebieden van Nederland heeft te maken met verlies van dynamiek en natuurwaarden.
De aanleg van de Stuifdijk in de jaren ’30 van de vorige eeuw heeft de natuurlijke dynamiek verstoord. Zandverstuiving blijft uit en slib bereikt de kwelders niet meer. Hierdoor verruigt het gebied met struikgewas en riet, en kan het door zeespiegelstijging verdrinken. Om de dynamiek te bevorderen worden ‘kerven’ in de stuifdijk gemaakt en een ‘washover’ aangelegd. Ik had er nog nooit van gehoord, maar de vogelwachter legt het uit.
De washover is een brede laagte in de Stuifdijk die ervoor zorgt dat de zee bij stormvloeden slib en zand kan afzetten op de Boschplaat zelf, zodat er natuurlijke ophoging en verjonging kan optreden. Nu maar hopen dat de natuur dit duwtje oppikt en mee gaat doen met dit proces.

De vrouw met het accent blijkt afkomstig te zijn uit Litouwen. Het is de eerste keer dat ze op Terschelling is en ze vindt het een schitterend eiland. Ze is hier om de Walk of Grief te lopen en logeert ergens in Midsland. De Boschplaat doet haar denken aan het nationaal park de Koerse Schoorwal in het uiterste westen van Litouwen aan de Baltische Zee. Het is een smalle landtong met spectaculaire zandduinen en historische vissersdorpjes. 

Ik hobbel weer terug naar het begin van de Boschplaat en fiets vervolgens naar Heartbreak Hotel voor een cappuccino en een broodje kroket. Daarna terug naar Tjermelân. Aan het eind van de middag naar Formerum voor wat boodschappen en dan langs camping Vis het schelpenpad op en via Hoorn weer terug.

Ik herinner me het voorjaar dat voor het eerst op camping Vis stonden. Het was in 1988, meen ik. We zouden met onze De Waard tent kamperen bij Els en Kees op De Riesen in Hee. Mijn moeder had een kleine caravan met voortent van Els en Kees overgenomen en die stond op het terrein van Jan Vis in Formerum. Wij zouden de voortent voor haar op gaan zetten. Jan was ook op het eiland maar die bivakkeerde in de caravan van zijn ouders die eveneens op De Riesen stond. Wat ons bezielt heeft om te gaan kamperen, weet ik niet. Het was vreselijk koud en niemand was zo gek om in een tent te kruipen. Alleen wij wilden laten zien hoe flink we waren. We waren de eerste en enige kampeerders en Els en Kees hadden de gewoonte om die niets in rekening te brengen. Na één nacht gaven we het op en kropen we in de caravan van mijn moeder. Dat was een heel gezellig Kip wagentje met verwarming erin. We hebben de voortent opgezet en onze De Waard tent maar weer ingepakt. En verder hadden we weer een reuze leuke week op Terschelling.

’s Avonds loop ik nog even naar de wadkant. Het is laag water. Ik kan de Friese kust goed zien en verder hoor ik alleen maar vogels. Zo ontzettend mooi.

Tot zover, tot morgen!

Foto’s

4 Reacties

  1. Henk Meijer:
    6 juni 2026
    Dank je wel voor jouw mooie persoonlijke verhaal Rolf.
  2. Lou van Hurck:
    6 juni 2026
    Mooie herinneringen Rolf, die blijven!
  3. Marijke:
    6 juni 2026
    Wat een mooi verhaal weer Rolf.
  4. Liesbeth:
    6 juni 2026
    Wat een mooi verhaal Rolf🌸🌸

Jouw reactie