Prelude, Mama Namibia (2)
21 april 2026 - Garderen, Nederland
Waar waren we ook alweer gebleven? Bij Von Trotha's Vernichtungsbefehl en de meedogenloze campagne die daarop volgde.
Het verzet van de Herero was al snel gebroken, hoewel ze fel weerstand boden. Begin augustus 1904 waren hun krijgers teruggedrongen naar Waterberg. Een week later keerde het tij in het voordeel van de Duitsers maar tot een beslissende overwinning kwam het nog niet, omdat de Duitsers over onvoldoende mankracht.beschikten. Daarop vaardigde Von Trotha zijn beruchte 'bevel tot uitroeiing' uit. Duizenden Herero die de strijd overleefd hadden, moesten alsnog vluchtten. Velen vluchtten oostwaarts, richting Botswana, terwijl ze de bush achter zich platbrandden. Von Trotha's brute campagne tegen de Herero had succes, maar met name de Britten beschuldigden hem van genocide. Als gevolg van deze campagne kwamen ook de Nama in opstand. Drie jaar lang voerden de lokale stammen vanuit hun bolwerken in de Kalahari een guerrillastrijd tegen de Schutztruppe. Toen de machtige Nama-leider Hendrik Witbooi in 1907 sneuvelde, verzochten de overgebleven leiders de Duitsers om vrede. Daarmee kwam in 1908 heel Zuidwest-Afrika onder koloniaal bewind. Maar hoe ging het verder? Hoe kon deze donkere periode uit de Duitse geschiedenisboeken worden gehouden?
In de zes jaar voor de Eerste Wereldoorlog maakte de kolonie een grote bloei door. Nieuwe kolonisten arriveerden, het spoorwegnet werd uitgebreid, de steden groeiden en in 1908 stuitte spoorweginspecteur August Stauch in de Namibwoestijn op de grootste diamantvoorraad ter wereld. Dit werd de basis voor een periode van economische voorspoed. De zwarte Namibiërs profiteerden daar echter niet van mee. Zij werden ondergebracht in de zogenaamde 'thuislanden', onvruchtbare gebieden, en werden als goedkope arbeidskrachten uitgebuit.
De Eerste Wereldoorlog (1914 - 1918) maakte een einde aan het Duitse bewind in Zuidwest-Afrika. Buurland Zuid-Afrika sloot zich aan bij de geallieerden en viel, op aandrang van Groot-Brittannië, de Duitsers met grote overmacht aan. Zij capituleerden op 9 juli 1915. Met deze overgave aan de Zuid-Afrikanen kwam er een einde aan Duits Zuidwest-Afrika. De rol van Duitsland als koloniale mogendheid was uitgespeeld. Voor de duur van de Eerste Wereldoorlog werd het gebied onder militair bewind geplaatst en bij de ondertekening van het Verdrag van Versailles op 28 juni 1919 raakte Duitsland al zijn kolonies kwijt.
De latere Zuid-Afrikaanse premier Jan Christiaan Smuts (1870 - 1950) stelde voor Zuidwest-Afrika in te lijven bij Zuid-Afrika maar zover wilden de geallieerden niet gaan. Uiteindelijk kreeg Zuid-Afrika de verantwoordelijkheid over de voormalige Duitse kolonie, maar slechts als 'mandaatgebied van de Volkenbond'. In de praktijk betekende dit echter dat de invloed van Pretoria zich de daaropvolgende zeventig jaar tot aan de zuidgrens van Angola zou uitstrekken.
Even terug naar het voorwoord in de roman Mama Namibia van Mari Serebrov.
Zoals ik hierboven al schreef pleitte Zuid-Afrika in de nasleep van WO I bij de Volkenbond voor de overname van Duits Zuidwest-Afrika. Volgens Jan Smuts werd het gebied bevolkt door 'barbaren, die niet in staat zijn zichzelf te besturen.' Pogingen om het principe van zelfbestuur in de Europese zin van het woord door te voeren, waren volgens hem ondoenlijk. Ter ondersteuning van dit standpunt publiceerde Zuid-Afrika het Blauwe Boek (Blue Book), officieel bekend als het Rapport van de Unie van Zuid-Afrika over de inheemse Bevolking van Zuid-Afrika en de behandeling daarvan door Duitsland. Met de Engelse vertalingen van Duitse teksten en verslagen van bijna 75 ooggetuigen van de genocide die Duitsland tussen 1904 en 1908 op de Herero en vervolgens Nama had gepleegd, vormde het boek een belangrijke bron voor het bewijs van de eerste genocide van de 20e eeuw en de wrede behandeling van de inheemse bevolking van het gebied dat Duitsland als kolonie claimde.
Meteen na de wapenstilstand op 11 november 1918 ging Zuid-Afrika ertoe over een groot aantal 'ongewenste' Duitse ambtenaren, militairen en politieagenten Zuidwest-Afrika uit te zetten. De Duitse diamantconcessie kwam eveneens in Zuid-Afrikaanse handen. Wat waren nu precies de verantwoordelijkheden van Zuid-Afrika als mandaathouder?
'De mandaathouder zal alles in het werk stellen om het materiële en morele welzijn en de maatschappelijke ontwikkeling van de inwoners van het territorium te bevorderen.' In de jaren daarna werd het preciezer geformuleerd: het gebied moest onder de hoede van Zuid-Afrika naar onafhankelijkheid worden geleid. Echter, de Zuid-Afrikaanse regering beperkte zich niet tot het besturen van het territorium dat ze in mandaat had, maar ging nog een stap verder. In feite zette ze het kolonisatiebeleid van het vroegere Duitse bewind voort. Langzaam maar zeker werd steeds meer grond toegewezen aan 'arme blanken' die nu niet uit Duitsland maar uit Zuid-Afrika afkomstig waren. Dit was een onverbloemde poging het aantal Boeren in Zuidwest-Afrika uit te breiden. Dit proces ging in de jaren 20 van de vorige eeuw onverminderd door. De hoop van de inheemse bevolking dat de koloniale landtoewijzingen na de nederlaag van de Duitsers zouden worden teruggedraaid, werd dus compleet de bodem ingeslagen.
In 1926 had Zuid-Afrika de voormalige Duitse kolonie stevig in handen en was Duitsland weer in de internationale gemeenschap opgenomen. Om de blanke minderheidsbevolking in Zuidwest-Afrika, waaronder Boeren, Britten en Duitsers, te vergroten en te verenigen, gaven de regeringen van Groot-Brittannië en Zuid-Afrika opdracht tot de vernietiging van alle exemplaren van het Blauwe Boek, met uitzondering van enkele exemplaren die in Britse archieven werden bewaard. Hun redenering was dat het boek een bron van schaamte was geworden en de Europeanen in een te slecht daglicht stelde.
De vernietiging van het boek maakte deel uit van een grotere actie om de genocide uit de geschiedenis en het collectieve geheugen te wissen. Decennialang werden de gebeurtenissen van 1904 -1908 afgedaan als een inheemse opstand die werd neergeslagen door heldhaftige Duitse soldaten, die publiekelijk werden geëerd met standbeelden, plaquettes en monumenten. Hoewel de genocide in Zuidwest-Afrika officieel werd genegeerd, werden de herinneringen doorgegeven binnen de Herero- en Nama-families die de Duitse artillerieaanvallen, de dodenmarsen door de woestijn, de concentratiekampen en de medische experimenten hadden overleefd. Die herinneringen dreven de Herero en Nama ertoe zich aan te sluiten bij de andere traditionele groepen om te strijden voor vrijheid tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika.
Nadat Namibië in 1990 onafhankelijk werd, bleef de genocide afwezig in de schoolcurricula en het openbare leven van het land, hoewel er wel wetenschappelijke artikelen en boeken werden gepubliceerd waarin parallellen met de Holocaust werden getrokken. In enkele van deze geschriften werd het Blauwe Boek geciteerd. Toen Mari Serebov in 2000 begon met haar onderzoek voor wat later Mama Namibia zou worden, raakten de laatste overlevenden van de genocide en de generatie die na hen geboren uit de tijd. Veel herinneringen aan de Herero- en Nama-tradities uit de negentiende eeuw gingen daardoor verloren.
De al eerder ter sprake gekomen onafhankelijkheidsstrijder Hosea Kutako, die als een van de weinige Herero-commandanten het Duitse militaire offensief en de concentratiekampen overleefde, was ook een van de getuigen die een verklaring aflegde voor het Blauwe Boek. Als opperhoofd na de genocide wijdde Hosea zijn leven aan het behoud van de Ovaherero-cultuur en het herwinnen van de vrijheid die zijn volk ooit had genoten. Kuaima Riruako zette die missie voort. Hij besefte dat het belangrijk was om de Herero-tradities en de herinnering aan de genocide te bewaren voor toekomstige generaties, en omarmde daarom Mari's idee voor een roman die niet alleen het verhaal van de genocide, maar ook van de veerkracht van het Herero-volk zou vertellen. Hosea en Kuaima spraken met anderen die de genocide van nabij hadden meegemaakt, zodat zij hun herinneringen aan Mari konden doorgeven voor haar boek, dat gebaseerd is op het waargebeurde verhaal van Jahohora.
Toen Mama Namibië in 2013 werd gepubliceerd, was het de eerste roman die de genocide een gezicht gaf op een manier die het voor het grote publiek toegankelijk maakte. Het veranderde de anonieme statistieken uit wetenschappelijke boeken in families, dorpen en mensen met zowel een verleden als de hoop op een toekomst. Het werd al snel een belangrijke bron voor de genocidecommissies die waren opgericht door de traditionele autoriteiten van de Ovaherero en Nama om de genocide wereldwijd onder de aandacht te brengen, zodat Duitsland eindelijk de geschiedenis onder ogen zou zien die het meer dan een eeuw lang had proberen te negeren of te ontkennen.
De afgelopen dertien jaar hebben andere literaire werken, fototentoonstellingen, toneelstukken, enzovoort, zich afgespeeld tegen de achtergrond van de genocide. Maar dankzij Mama Namibia kan Duitsland nooit meer wegkijken voor wat het de inheemse bevolking meer dan honderd jaar geleden heeft aangedaan.
De weg die Namibië aflegde van koloniaal protectoraat via Zuid-Afrikaans mandaatgebied tot onafhankelijke staat heeft meer dan zeventig jaar bittere strijd gevergd. De rol van Zuid-Afrika komt wellicht de komende weken nog ter sprake. Eerst maar eens richting Windhoek.
Tot zover, tot morgen!


Je hebt veel achtergrondinformatie doorgespit! Zie dat je vandaag vertrekt? Goeie reis🛫🛫🛫