Oslo, dag 4, Sunday in the Park

23 maart 2025 - Oslo, Noorwegen

O zondag.
Met je geuren van braadvlees.
Met je mijmeringen.
Je tukjes. Je wandelingen. Je zitjes.
Je gekamde haren en je schone kleren.
O zondag.

Zo dichtte de in 1991 veel te vroeg overleden Nederlandse schrijver, dichter en voordrachtskunstenaar Johnny van Doorn, alias Johnny the Selfkicker. Zijn mantra ‘een magistrale stralende zon’ is op deze zondag in Oslo zeker van toepassing.

Wat staat er op het programma vandaag? OV-fietsje huren en naar het Vigelandpark en vanmiddag het Munch museum in. Dat lijkt me wel genoeg als dagbesteding. Het park is wereldberoemd vanwege zijn magnifieke beeldhouwkunst. Gustav Vigeland (1869-1943), de beroemdste kunstenaar van Noorwegen, schiep uit de trauma’s van zijn vroege jeugd een kunstwerk van visionaire omvang.

Rond half tien stap ik het hotel uit. Bij de kathedraal van Oslo staat een rij huurfietsen. Zulke plekken zijn er veel meer in de stad. Als je de app van Oslo City Bike hebt gedownload, kun je precies zien waar en hoeveel fietsen er op de diverse locaties beschikbaar zijn. Betalen kan ook via de app. Het werkt allemaal perfect. Bovendien hebben al die huurfietsen een naam. Ik kies er deze ochtend voor om Keya te berijden. Ik scan de QR code op haar achterspatbord en hup, de fiets springt van het slot. Rijden maar. Ik neem een beetje een toeristische route. Langs het nationaal theater en het koninklijk paleis. Prima fietsweer en weinig verkeer op straat. Drie kwartier later dank ik Keya weer af door haar op de inleverplek weer in het slot te hangen. Onmiddellijk krijg ik een melding op m’n mobiel dat ik de fiets succesvol ingeleverd heb. Ik heb 47 minuten gefietst en de betaling is gestopt. Alles wordt netjes geregistreerd. De fietsen zijn trouwens prima. Ze zijn degelijk en rijden goed. Banden zijn goed op spanning en de versnelling (7) werkt goed. Hoewel er volgens mijn schatting honderden van deze huurfietsen over de stad verspreid moeten staan, zijn ze in goede staat. Nergens zie ik vernielde fietsen.

De inleverplek voor de huurfiets is dichtbij een ingang van het Vigelandpark. Rond half elf loop ik het park in en ik ben niet de enige. Echt zondag vandaag. Veel mensen genieten van het mooie weer en maken een wandeling, al dan niet met (klein)kinderen en/of hond, door het park.


De schrijver Willem Frederik Hermans heeft eens gezegd dat het voordeel van een weinig gelukkige jeugd is, dat je er niet naar terug verlangt. Dat gold zeker voor hem, maar er staat tegenover dat het vaak een onuitputtelijke bron van inspiratie is. Bij Gustav Vigeland is dat niet anders. Op de honderd meter lange brug alleen al staan 58 beelden. Had voor mij wel wat minder gemogen, maar ja, Gustav had een opvliegende, driftige en tyrannieke vader die streng protestant was en hem van jongs af aan - zelfs met de zweep - het leven tot een hel maakte. Hij probeerde hem er voortdurend van te doordringen dat vrouwen slecht en onrein waren en dat het eigenlijk geen mensen waren. De vrouwen in het Vigelandpark zijn liefdevol uitgebeeld, maar hebben een lege blik. Ook de kinderen maken een allesbehalve gelukkige indruk, en vooral de vader-kind beeldgroepen zeggen veel over de kunstenaar, die een enorme haat tegen zijn vader had ontwikkeld.
Ik loop door naar de Monoliet, een uit graniet gehouwen zuil die uit 121 met elkaar verstrengelde lichamen bestaat. Rond de monoliet staan 36 uit graniet gehouwen groepen van menselijke gestalten. Ten slotte is er nog het levensrad: een ring van bronzen beelden van mannen, vrouwen en kinderen die hand in hand gaan. Waar dat symbool voor staat mag ieder op zijn of haar eigen manier uitleggen.
Ik heb genoeg beelden gezien voor vandaag en heb zin in cappuccino. Die hebben ze in het Vigeland Kafé. Daar staan zo te zien vier middelbare scholieren de klanten te helpen. Volgens mij weten ze van elkaar niet wat ze aan het doen zijn. Er is geen overzicht, geen structuur in het opnemen en uitvoeren van de bestellingen en ze communiceren nauwelijks met als gevolg dat het lang duurt voordat er iets op de toonbank verschijnt. Ik voel zoiets nogal snel aan en je ziet het vaak ook aan de lichte paniek in hun ogen. Een meisje neemt mijn bestelling op en loopt dan weg. Een ander tikt iets in op de computer. Het bedrag dat ik moet betalen verschijnt op de pinautomaat. Ik houd mijn kaart ertegen en betaal. Vervolgens gebeurt er niets meer. De jongeman achter de balie vraagt of hij mij kan helpen. Ik zeg dat ik al besteld heb en zeg er voor de duidelijkheid nog maar even bij wat ik besteld heb. Net als bij kleuters zit bij pubers de kracht in de herhaling, zo is mijn jarenlange onderwijservaring althans. En ja hoor, ook hier werkt het. De jongeman pakt vliegensvlug een brownie en het meisje van de computer maakt een heerlijke cappuccino voor me. Ik vind het wel aandoenlijk om te zien hoe die jongelui bezig zijn.

Ik loop nog een rondje door het park en werp nog snel een blik in de winkel van het Oslo Museum, maar dat museum laat ik voor wat het is, want ik wil vanmiddag in ieder geval naar het Munch museum. Ik loop weer naar de stalling van de huurfietsen. Er staat slechts één fiets. Niet Keya van vanochtend, maar Mustapha. Daar moet ik het dan maar mee doen. Die ‘Moes’, hij moest eens weten. App openen, betalen, QR-code scannen, van het slot en rijden maar.  
Bij de Akershus vesting lever ik Mustapha weer in en besluit nog een rondje door het fort te lopen alvorens ik naar het Munch museum loop. Daar wordt de monumentale erfenis tentoongesteld die de kunstenaar de stad heeft nagelaten en die wil ik graag zien.
Om twee uur ‘s middags stap ik daar binnen, koop een ticket, doe de rugtas in de locker en ga vervolgens met de lift naar de 11e verdieping. Wanneer ik de lift uitstap, lijkt het alsof ik in het luchtledige stap. De glazen wanden van de bovenste verdiepingen springen naar binnen en als je hoogtevrees hebt, zorgt dat voor een wat angstig gevoel. Angst, past wel bij Munch. Ik schuifel langs de wand en ga de eerste zaal binnen. Meteen ben ik verlost van mijn hoogtevrees. Wat hier hangt is niet mis. Veel schilders die van invloed zijn geweest op Edvard Munch (1863-1944). Bijna de gehele Brücke is vertegenwoordigd. Fantastisch! Nolde, Schmidt-Rottluff, Grabriele Münter, Pechstein, Heckel, Jawlensky, Kokoschka. Ik loop te genieten.

Het werk van Munch werd in het begin afgedaan als ‘kliederwerk’ en aanvankelijk leverde dat gelach, hoon en minachting op. Niet alleen in Noorwegen, maar ook in Berlijn, waar zijn werk in 1892 voor het eerst werd geëxposeerd. Zijn schilderijen werden niet begrepen. In die tijd brak er in de kunstenaarswereld een strijd uit tussen conservatieven, die de traditionele, academische schildertrant aanhielden, en de expressionisten, die naar andere uitdrukkingsvormen zochten. Door dit meningsverschil werd Edvard Munch uiteindelijk beroemd in heel Europa. Tentoonstellingen in Praag, Wenen en Oslo volgden en zijn grote doorbraak kwam in 1912 bij een grote tentoonstelling in Keulen. Eerst vertegenwoordigden zijn schilderijen ‘smerigheid en laagheid’ en ineens werd hij als voorloper van het modernisme opgehemeld. 
Ook in eigen land bleef de erkenning niet uit en werd hij in één adem genoemd met grootheden als Van Gogh, Cézanne en Gauguin. Hem werd gevraagd de aula van de universiteit van Oslo te verfraaien en in 1933 werd Munch zelfs geridderd. Maar in datzelfde jaar werden zijn schilderijen in Duitsland op de index van de zogenaamde Entartete Kunst opgenomen. Zo werd het land waaraan hij zijn doorbraak te danken had een pijnlijke herinnering.

Na zijn overlijden op 23 januari 1944 liet hij al zijn werken na aan de stad Oslo die in 1963 het Munch museum opende. Tot die erfenis behoren circa 1100 schilderijen, 18.000 grafische werken, 4700 tekeningen en 6 beelden. Daar komen nog eens bijna 500 drukplaten, 2240 boeken, notitieboeken, documenten, foto’s, werktuigen, rekwisieten en meubels bij. Bovendien kreeg het museum de brieven van de kunstenaar, samen met talrijke originele werken van andere kunstenaars. Slechts een deel van dit alles kon in het museum worden getoond. 
Dus besloot men tot de bouw van een nieuw museum aan de nieuwe kade aan de Oslofjord, Bjørvika. De kosten speelden geen rol. Kritiek was er ook. Was het bestaande museum geen bezoekersmagneet in de achterstandswijk Tøyen, waar Munch vele jaren woonde en werkte? Maar het nieuwe gebouw kwam er. Een futuristisch gebouw van 13 verdiepingen, een combinatie van staal, aluminium en glas. Krankzinnig duur. Zelfs meer dan 200 miljoen Noorse kronen boven de begroting. De verontwaardiging was groot. Toch vond de verhuizing in 2021 plaats en opende het museum in datzelfde jaar haar deuren.

Ik neem de tijd om alles goed te bekijken. Vind het prachtig, overweldigend af en toe. Moet soms gaan zitten en word ook wel moe. Zoveel indrukken.
En op de derde verdieping nog een grote expositie van Georg Baselitz. Het kan niet op!! Ook over hem is veel te vertellen. Geboren in 1938 in een land dat niet meer bestaat. Toen hij zeven jaar was, eindigde de Tweede Wereldoorlog. Het dorp waar hij was opgegroeid lag niet langer in het oude Duitsland, maar achter het IJzeren Gordijn, in het communistische Oostblok. Het gevoel geboren te zijn in een vernietigde orde is een centraal thema gebleven in zijn kunst sinds de jaren 60 van de vorige eeuw.
Deze Baselitz tentoonstelling is de grootste in Noorwegen tot nu toe.

De wereld op zijn kop. Zijn eerste ‘ondersteboven’ schilderij maakte Baselitz in 1969. Sindsdien heeft hij de traditionele schilderkunst veranderd. Portretten, landschappen, naakten, alles gaat ondersteboven. Het is zijn handelsmerk geworden. Waarom? Hij gelooft niet dat schilderen een spiegel van de realiteit is. Dat is een mythe, volgens hem. Het gaat om het heruitvinden van de realiteit. Eén van de beste manieren om deze mythe te vernietigen is volgens hem het schilderij ondersteboven te schilderen. 
Het idee om de wereld op z’n kop te schilderen weerspiegelt een verlangen om een verandering te forceren, een revolutie in gang te zetten, een nieuwe start in de samenleving te maken. Tijdens het schilderen gebruikt hij zijn kwasten, maar ook z’n vingers in een poging z’n comfort-zone te verlaten. ‘En wanneer geïrriteerd bent, besteed je er meer aandacht aan.’

Genoeg! Half vijf. Ik ben op. Drink nog een colaatje in het museum café en loop dan richting hotel. Bij het station neem ik de bus richting markthal. Zo langzamerhand raak ik vertrouwd met het openbaar vervoer hier in Oslo. De markthal sluit om 18:00 uur vandaag, dus ik kan daar nog wat gaan eten. Dat lukt allemaal makkelijk en na het eten loop ik richting hotel. 
‘s Avonds in de lobby werk ik m’n reislogboek bij. Bakkie koffie, glaasje water. 
Morgen verlaat ik Oslo en ga ik naar Tromsø, het Parijs van het Noorden, dat boven de poolcirkel ligt.
Tijd voor thermo ondergoed!

Foto’s

5 Reacties

  1. Poul:
    23 maart 2025
    ‘Moes’ zou graag, desnoods op zichzelf, met je mee zijn gefietst…
  2. Lina:
    24 maart 2025
    Geweldig! Wat kun je prachtig vertellen over je belevenissen. Veel plezier en benieuwd wat je morgen meemaakt daarboven de poolcirkel 🥰
  3. Marga Amesz:
    24 maart 2025
    Voor deze cultuurbarbaar heel interessante verhalen over voor mij vaak onbekende kunstenaars. Je onderwijsachtergrond verloochent zich niet, je verhaal leest als n trein…
  4. Marijke B:
    24 maart 2025
    Dat klinkt weer als een goed bestede dag. Heerlijk om mee te reis-lezen!
  5. Liesbeth:
    24 maart 2025
    Dat was weer een goedgevulde dag en een enorme hoeveelheid informatie. Je kan zo gids worden daar😁