Longyearbyen, 78° noorderbreedte
29 maart 2025 - Longyearbyen, Spitsbergen en Jan Mayen
Stipt om acht uur in de ochtend komt Steffi me ophalen bij het hotel. Ze komt oorspronkelijk uit Italië, uit Verona om precies te zijn. We raken onmiddellijk aan de praat.
Vandaag ga ik onder leiding van Steffi op de sneeuwscooter naar Tempelfjord, een adembenemende plek ongeveer 55 kilometer van Longyearbyen. Er zijn geen wegen naar toe, dus is de sneeuwscooter het aangewezen vervoermiddel. Eerst pikken we nog vier personen op. Jonge mannen, ik schat ze allen in de dertig. Het is een vriendenclubje en ze komen evenals Steffi ook uit Noord-Italië. Dat wordt dus een Italiaans onderonsje, want de jongens spreken bijna geen Engels. Aardige kerels overigens, want ze stellen zich keurig voor.
We krijgen laarzen, motorpakken, handschoenen, bivakmuts en een helm aangemeten. Daarna geeft Steffi instructie over hoe te rijden op een sneeuwscooter. Rechts op het stuur zit een knopje dat je omhoog moet trekken, vervolgens druk je op de gele knop links op het stuur en dan start de scooter. Bij het rechter handvat zit de gashendel. Druk je daarop, dan gaat de scooter vooruit. De remhendel zit bij het linkerhandvat. Makkelijk, lijkt me. Er zitten nog twee andere knopjes op het stuur. Hiermee kun je de handvaten en de gashendel verwarmen. Dat wordt dus een comfortabel ritje. Afstand tussen de scooters minimaal vijf meter. Steffi gaat voorop. Zij rijdt op een zwaardere sneeuwscooter want ze heeft een aanhanger met proviand bij zich. Onderweg gaan we lunchen. Bovendien heeft ze een aantal jerrycans met benzine bij zich, gereedschap, reserveonderdelen, een tent, slaapzakken, mocht er zich een noodgeval voordoen. En natuurlijk is ze gewapend met een geweer en heeft ze een pistool en lichtkogels bij zich.
We vertrekken. Steffi gaat voorop. In haar achteruitkijkspiegels kan ze ons in de gaten houden. Dan komen de twee scooters met de Italianen. Die zitten met z’n tweeën op een scooter, en ik sluit de rij. Af en toe stopt Steffi even om ons van het uitzicht te laten genieten. In het begin moet ze zelfs haar landgenoten even aanspreken op hun rijgedrag. Groepje jonge kerels, beetje macho gedrag. Maar het werkt, ze luisteren.
De tocht is prachtig. We rijden door een sneeuwwoestijn. Bergen links en rechts, schitterende uitzichten en af en toe één of meerdere rendieren. Rond een uur of elf zijn we in de Tempelfjord. Ongelooflijk. Wat een vergezichten hier ook weer. We stoppen in een kloof waar bij de ingang een grote bruine tipi staat. Steffi pakt haar geweer en kijkt of er zich achter een sneeuwheuvel geen ijsbeer bevindt. Die zijn hier namelijk wel aanwezig. Vorige week was er eentje een kijkje gaan nemen in de tipi. Vandaag geen ijsberen. Wel een paar rendieren.
We rijden naar de fjord. Vorige week was die nog open, maar nu is-ie dichtgevroren. Er staan een paar schuilhutten. Primitieve houten onderkomens met een paar stapelbedden, een tafel en een houtkachel er in.
Ook op deze plek zijn vaak ijsberen aanwezig. Maar vandaag niet. Het is ook best druk. Er zijn meer groepen op sneeuwscooters aanwezig. Heel in de verte liggen op het ijs twee zeehonden. Met de verrekijker zijn je goed te zien.
Wanneer we een tijdje rondgekeken hebben en de omgeving goed in ons hebben opgenomen, vertrekken we weer. We zoeken een mooi uitzichtpunt om te gaan lunchen. Ben benieuwd wat Steffi allemaal bij zich heeft. Een doosje met plakjes rendier salami. Een zak gezouten pinda’s, Oreokoekjes, chocolade en daarnaast vijf zakjes met chili con carne. Vacuüm verpakt. We maken de zakjes open en Steffi gooit er kokend heet water in. We krijgen een lepel en nu maar goed roeren in de zak totdat het een dikke brei wordt. Een minuutje of vijf wachten en dan zijn de bonen goed geweld. Wonder boven wonder blijft het bij min 11 graden verbazingwekkend warm in de zak. Het smaakt ook nog eens goed. Verder is er nog oploskoffie en aanmaaklimonade, waar vooral de Italiaanse boys dol op zijn.
Na de lunch beginnen we aan de terugtocht. Onderweg stoppen we nog een aantal malen om van het uitzicht te genieten. Of van de rendieren. We zien sporen van poolvossen, maar die beesten zijn erg schuw en laten zich niet zien.
Om 15:00 uur zijn we weer in Longyearbyen. We kletsen nog wat na en leveren de sneeuwscooter, de kleding, laarzen, helm, bivakmuts, handschoenen weer in, schudden handen en wensen elkaar nog veel plezier op Spitsbergen. Steffi zet haar vier landgenoten weer af bij het hotel, maar ik loop naar het Husky Café. Daar ben ik nu toch bij in de buurt. In het café trakteer ik mezelf op een warme chocolademelk met een stuk aardbeien-rabarbercake. Het is best druk in het café, maar er is nog een tafeltje vrij, recht tegenover een Frans gezin; vader, moeder en drie opgroeiende kinderen. De zoon is de oudste zo te zien, ik schat hem een jaar of 18, 19 misschien. De twee dochters zijn jonger. Ze hebben wat genuttigd in het café en dat is het dan. Er wordt voornamelijk gezwegen en de meiden zitten erbij met een gezicht van ‘wat doe ik hier eigenlijk in godsnaam.’ Net als ik de situatie van achter mijn warme chocolademelk eens goed wil observeren, stapt het gezin op. Jammer. Ik focus me op de twee Huskies, want daar kwam ik eigenlijk voor. Er is een mooie witte, Jeti, die is acht jaar oud en kan niet meer voor de slee vanwege een blessure aan haar poot. Maar ze wil wel graag mee uit. De ander, Wanny, heeft gewoon geen zin om een beetje doelloos voor zo’n slee te lopen. Nooit gehad ook. Ze is het liefste binnen, wil graag aangehaald worden en vindt het verder wel prima. Maar werkhond, nee, daarvoor is zij hier niet op aard. Bijzonder leuke tent en ze verkopen naast koffie, chocolademelk, frisdrank en gebak ook nog allerlei Husky spullen. En dus kan ik de verleiding niet weerstaan.
Door het centrum loop ik richting hotel, waar ik rond vijf uur arriveer. Het thermo-ondergoed kan weer uit en ik neem een even een douche. Verder onderneem ik niets meer vanavond. Ja, een hapje eten en een glas bier kantelen. Morgen weer een dag.


Je voelt dat je leeft❤️