Nog één keer: Etosha NP
Voor het eerst deze vakantie word ik wakker van de wekker. Goed, dat ik hem heb gezet. Ik heb bijzonder vast geslapen vannacht. Verkrampt, denk ik. Zo rond half één werd ik wakker. Steenkoude voeten en een te kort bed en dito dekbed. Ik ben eruit gegaan. Heb m’n sokken aangetrokken en het dekbed van het andere bed gehaald. Snel werd ik weer warm en viel in slaap met m’n sokken aan. Ben je in Afrika, heb je het koud.
Versuft en met een vervelende hoofdpijn zit ik om zeven uur in de bus. Heb niet veel te koop. Eerst maar eens rustig bijkomen.
Voor het park staat al een lange rij auto’s. Het is een hele administratie om binnen te komen. Dat is ons inmiddels bekend. Formulieren die ingevuld moeten worden en daarna nog weer controles. Dat schept ook weer werkgelegenheid natuurlijk. Betalen hoef je niet bij de ingang. Dat kun je bij het verlaten van het park doen. Dat is slim bekeken en zou voor minder oponthoud moeten zorgen bij het naar binnengaan. Nee, dus. Als de papieren in orde zijn, word je nog een keer gecontroleerd. Het gaat allemaal traag. Ik moet denken aan wat een oud-collega ooit eens zei over Afrikanen in het algemeen: ‘Wij hebben de horloges, zij hebben de tijd.’
Gerson pakt het heel handig aan. Wanneer hij terugkomt met zijn dagpermit manoeuvreert hij behendig uit de rij en gaat naar de meest rechteropening in de toegangspoort. Lekker ouderwets voorkruipen zouden wij zeggen. Daar doet hij de portierraampjes open, zwaait met de papieren, roept wat in het lokale dialect, lacht, zwaait. De controleurs zwaaien vrolijk lachend terug en Gerson rijdt vrolijk lachend door. Prachtig. Zo gaat dat hier.
Vandaag staat er een rit van 280 kilometer op het programma met als einddoel het stadje Tsumeb. Gerson en ik hebben daar gisteravond even over zitten praten. Het is een mijnwerkersstadje. Er wordt koper gewonnen en er is een smelterij. Het ligt ongeveer 1300 meter boven zeeniveau en telt zo’n 35.000 inwoners. Tsumeb heeft een directe treinverbinding met Windhoek, Swakopmund en Walvisbaai.
Maar zover is het nog niet. Eerst moeten we het park nog door en Gerson gaat dat doen via allerlei toeristische routes.
Via de zuidelijke poort, de Anderson Gate rijden we het park in en we zullen het park vanmiddag bij de oostelijke poort, de Von Lindequist Gate* weer verlaten. Dat betekent dat we de weggetjes ten zuiden van de Etosha Pan zullen gaan nemen. We hopen vandaag nog een luipaard, een cheetah en een caracal te zien. De laatste is een katachtig roofdier.
Gisteren hebben we op afstand nog wel twee jakhalzen gezien die een prooi aan het verslinden waren. Waarschijnlijk was het een springbok jong. Door mijn kijker kon ik de bebloede bekken van de twee jakhalzen duidelijk zijn. De ouders van het springbok jong, raakten in gevecht met de jakhalzen, maar die waren niet bij hun prooi weg te slaan, kwamen steeds terug en vader en moeder springbok werden uiteindelijk moe..
Weer veel springbokken, zebra’s en gnoes vanmorgen. Rond kwart voor elf komen we aan bij Halali. Daar zijn toiletten, een restaurant, een camping, huisjes en een waterpoel. We nemen even een bakje koffie en wandelen dan over de camping naar de waterplas. Op een hoger gelegen rots heb je een prachtig uitzicht op de plas. Het duurt niet lang of er komt een mannetjes impala aan. Die wil er gaan drinken. In zijn kielzog lopen vijf vrouwtjes impala’s. Van de andere kant komt er nog een mannetjes impala aan. Dat wordt knok. En ja, de indringer wordt weggejaagd. Prachtig schouwspel. Vanwege de tijd moeten we weer terug naar de bus. Het is inmiddels half twaalf.
We rijden door richting Namutoni, maar voordat we daar kunnen gaan lunchen, stoppen we nog bij een drinkplaats. Veel impala’s hier en gnoes. Terwijl we staan te kijken, komt er een giraf aangelopen. Hij wil ook drinken. Aarzelend komt-ie dichterbij. Steeds kijken of de kust veilig is. Uiteindelijk is hij bij het water. Voorpoten uit elkaar en drinken. Wanneer een giraf zo staat, is-ie kwetsbaar, maar er zijn zeker vier, vijf leeuwen voor nodig om zo’n groot beest te verslinden. Die zijn nu niet in de buurt dus Langnek kan rustig een slokje nemen.
Het loopt tegen drie uur wanneer we eindelijk kunnen gaan lunchen op het parkeerterrein van resort Namutoni. Beetje vergane glorie hier. Maar er zijn toiletten en er is een toerist shop waar je onder andere boekjes over de aanwezige dieren in het park kunt kopen. Bij de receptie gaat Gerson de entree voor het park betalen. Dat heeft weer eens wat voeten in aarde, want het bedrag moet contant voldaan worden. Electronisch betalen is niet mogelijk, want het systeem werkt niet. Dat gebeurt hier nogal eens. Dus de hele administratieve rompslomp moet weer met de hand.
Nadat dit allemaal achter de rug is, gaan we weer verder. We gaan het park nog niet uit, want Gerson wil nog bij enkele waterplaatsen langs. Bij de eerste is het meteen raak. Er lopen giraffen. Ik tel er zo’n stuk of zestien. Het is een bijna prehistorisch gezicht wanneer je die lange nekken boven de boomtoppen uit ziet steken. Een aantal komt drinken. We staan een poos te kijken vanuit de bus. Motor en airco uit om maar zo weinig mogelijk lawaai te maken. De dieren lijken volkomen op hun gemak.
Wanneer we het gezien hebben, rijden we door naar een volgende waterplaats. Daar komt net een groep olifanten aan om te drinken en te badderen. Er is ook een jong bij van ongeveer een maand oud. De hele groep, ongeveer 12 olifanten, staat om het kleintje heen. Tenslotte komt er nog een mannetjes olifant uit de struiken gelopen. Dit exemplaar is een stuk groter. Wederom een fascinerend gezicht en we blijven dan ook een poos naar de badende en drinkende dieren kijken. Motor en airco weer uitgeschakeld. Iedereen in de bus is er stil van. We zijn diep onder de indruk.
Uiteindelijk rijden we om vijf uur ‘s middags het park uit. Het is nog ruim een uur rijden naar ons hotel in Tsumeb, maar Gerson rijdt flink door en er is weinig verkeer bij de weg. Vlak voor Tsumeb zet hij de headset op om nog enkele wetenswaardigheden over het stadje te vertellen. We zijn het bord met de aanduiding Lake Otjikoto dan net gepasseerd. Het is één van de twee ondergrondse meren hier in de buurt. Decander is Lake Guinas. Beide meren meten ongeveer 500 meter in diameter maar de diepte is onbekend. Er is SCUBA-diving onderzoek gepleegd in de meren, omdat door middel van sonar niet was vast te stellen hoe diep de meren waren. Otjikoto, dat erg troebel is door het gebruik van landbouwmeststoffen, is ten minste 60 meter diep. Guinas is juist erg helder en meer dan 100 meter diep. In het meer heeft zich een unieke vissoort ontwikkeld, de Tilapia guinasana.
Lake Otjikoto is ook nog om een andere reden bekend. Toen Zuid-Afrika in 1914 het toenmalige Duits Zuidwest Afrika binnenviel, gooiden de terugtrekkende Duitse troepen hun munitie en wapens in het meer. Enkele van deze wapens en andere voorwerpen werden opgevist en zijn nu in musea te zien.
Ten oosten van Tsumeb ligt in een veld de grootste meteoriet ter wereld. Het is een nikkel-ijzer-meteoriet van zo'n 60 ton.
Even na zessen komen we aan bij het Minen Hotel. Pilonnen worden van de straat gehaald door een hotelmedewerker (werk!), zodat we vlak voor het hotel kunnen uitstappen. Er staat veel hotelpersoneel klaar om ons te verwelkomen, onberispelijk gekleed in zwarte pantalon en hagelwitte jasjes. De bagage wordt door hen naar onze kamers gebracht. ‘It is a pleasure, sir.’ Onze kamers zijn gesitueerd rondom een mooie binnentuin. De hele entourage doet wat koloniaal aan. Er is een tafel voor onze groep gereserveerd en we kunnen eten à la carte. Ik bestel een medium pizza Margherita. Gelukkig maar. Patrick en Marius die naast en tegenover mij zitten, bestellen een large one. Die kunnen ze niet handelen. Veel te groot en te machtig. De porties eten zijn hier trouwens helemaal fors. Ze denken zeker dat we uitgehongerd zijn. Bij de gerechten wordt nog van alles extra geserveerd. Schaaltjes met salades, frites, brood, enorme kommen met kruidenboter. Niemand neemt ervan. Niet omdat het niet lekker is, integendeel zelfs, maar we hebben vanmiddag eigenlijk veel te laat geluncht en over de rijke en gevarieerde lunchpakketten schreef ik al eerder. En natuurlijk zitten we veel in de bus. Veel lichaamsbeweging krijgen we niet. Maar dat is inherent aan de reis. Thuis maar weer meer bewegen.
Morgen vertrekken we om kwart voor negen richting de stad Otjiwarongo. In de middag staat ertegen excursie naar het Waterberg Plateau nationaal park gepland.
Tot zover, tot morgen!
*Gouverneur Friedrich von Lindequist (1862 - 1945) riep in 1907 namens het Duitse koloniale bestuur Game Reserves 1, 2 en 3 uit. Game Reserve 2 omvatte de Etosha Pan en Kaokoland van de Kunene rivier in het noorden tot de Hoasurib rivier in het zuiden.
Foto’s
6 Reacties
-
Klaasje:9 mei 2026Best een drukke dag Etosha, mijn werkers stadje, en voorafgaand een niet al te warme nacht. Maar je doet het toch maar!!!
-
Reiny van deBunt:9 mei 2026Tis net een leesbare natuurfilm zoals jij schrijft...echt bijzonder!
-
Lou van Hurck:9 mei 2026Mooie reisdag Rolf, dank voor de verslagen
-
Henk Meijer:9 mei 2026Jouw verhaal en de sprekende foto’s; we reizen helemaal mee.
-
Marga Amesz:10 mei 2026Het laatste waarmee ik jouw reis associeerde was kou, gelukkig maar dat je warme sokken bij je had. 😆Maar de (rest van de) dag leek me bijzonder mooi, prachtige uitkijkplekken met veel ( wilde) dieren. De moeite van een lange rit waard!
-
Ray:10 mei 2026En dat op de 100e 👑 verjaardag van Sir David 🐘🦏🦓🐆🦒🐃 Wat een feest!

