Kalahari Ferrari
25 april 2026 - Karas Region, Namibië
Tegen zes uur ben ik wakker. Het is nog donker. De dagen worden hier nu ook korter nu het winterseizoen nadert. Een uur later begint het licht te worden. Ik hoor overal om me heen vogels fluiten. Serenades die ik thuis niet hoor. Ik zal Peterson’s Vogelgids er eens op naslaan.
Na een prima ontbijtbuffet vertrekken we om half negen. Gerson zoekt de doorgaande weg, de B1, weer op. Richting Keetmanshoop. Dat is een flink eind zuidelijker. Ongeveer 240 kilometer. Deze hoofdverkeersader van Namibië loopt grotendeels parallel aan de spoorlijn. Enkel spoor en smalspoor. Af en toe rijdt er iemand met paard en wagen langs het spoor. Het zijn twee paarden die de kar en zijn berijder trekker. Volgens Gerson zijn dit Kalahari Ferrari’s. Omdat er geen personentrein over het spoor rijdt, alleen een goederentrein, voorziet dit middel van vervoer in een behoefte. We zien drie Kalahari Ferrari’s vandaag. Ik laat me liever met een busje met airco en een goede chauffeur vervoeren. Ondertussen nestelt zich wel weer een versje in m’n hoofd:
Het schijnt dat Hendrik gisteren op de spoorbaan heeft gespeeld
En door een intercitytrein in tweeën is gedeeld
Zijn kleine zusje heeft daarna met bovenmenselijke kracht
De roekeloze deugniet één voor één naar huis gebracht
Maar Gerson vertelt nog meer vanochtend. Over een aantal gebruiken in de Namibische cultuur. Iets waar onze haren rechtovereind van gaan staan. Nieuwsgierig?
Eerst moet er getankt worden. Ons paard heeft ook dorst. Gerson rijdt naar een groot tankstation langs de B1, even buiten Marienthal. Het is een full service station. Vier medewerkers hangen rond bij de pomp, maar komen meteen in actie wanneer ons busje stopt. Twee van hen gaan de voor- en achterruit van het busje wassen. Een ander gooit de tank vol met diesel. De sfeer is zeer gemoedelijk. Er worden over en weer grappen gemaakt en er wordt gelachen. Gerson kent de mensen hier. In Nederland zijn dit soort tankstations verdwenen. Je moet alles zelf doen. Hier niet. Het genereert werk en bij het afrekenen is het gebruikelijk om een fooi te geven voor de service. Diesel kost hier per liter ongeveer €1,15.
Verder maar weer. Gerson vertelt over een aantal rituelen die binnen de, in totaal veertien etnische bevolkingsgroepen die Namibië heeft, gebruikelijk zijn. Later deze reis gaan we nog naar een Himba dorp. Hij vertelt dat je bij sommige Himba jongens ziet, dat ze beide voortanden missen in hun ondergebit. Wanneer een jongen ‘man’ wordt, zo rond zijn veertiende, vijftiende jaar, dan worden die twee tanden verwijderd. Dat gebeurt niet door een tandarts, maar gewoon door de medicijnman van het dorp. Zonder verdoving en met een flinke steen. Een paar flinke tikken en ze zijn eruit. Het valt wel mee, volgens Gerson. Even door de zure appel heen bijten. Hijzelf is op zijn vierde levensjaar besneden en dat was in een paar seconden gebeurt. Hij heeft een paar tranen gelaten, maar meer ook niet. Aan besnijdenis van meisjes wordt in Namibië niet gedaan. Dat gebeurt nog wel in Centraal-Afrikaanse landen.
Even voor Keetmanshoop nemen we de afslag naar de Giant’s Playground en het Kokerbomenwoud. Eerst naar de Giant’s Playground. Het is een gebied dat bezaait ligt met enorm grote donkerrode rotsblokken. Heel lang geleden was dit gebied vulkanisch en kende het vele uitbarstingen. De rotsblokken die we nu zien zijn eigenlijk gestolde magma. Miljoenen jaren oud. Omdat de temperatuurschommelingen zeer groot zijn in dit woestijngebied - overdag kan het boven de 50 graden Celsius worden en ‘s nachts slechts enkele graden boven het vriespunt - zijn die rotsblokken als gevolg hiervan op den duur uit elkaar gebarsten. Dit heeft gezorgd voor grillige rotspartijen. Gerson parkeert de bus en wijst ons op een ‘staproute’ door het gebied. De hele wandelroute duurt ongeveer een half uur. We gaan op pad. Gerson blijft bij de bus en past op de spullen. We zijn trouwens de enige bezoekers hier. Tijdens onze looproute zien we drie rotsklipdassen. Vanaf een veilige afstand kijken de beestjes naar ons en af en toe maken ze geluid. Het lijkt op het miauwen van een kat.
Na deze activiteit gaan we naar het kokerbomenwoud (Quiver Tree Forest). De Bosjesmannen braken lang geleden de takken van deze bomen af, holden ze uit en gebruiken de holle tak als blaaspijp voor hun gifpijlen. Ook hier is weer een staproute uitgezet. Na een half uurtje heeft iedereen het wel gezien en zijn er genoeg foto’s van de bomen en van elkaar bij de bomen gemaakt. We verlaten deze plek en rijden terug naar Keetmanshoop. Bij een grote Sparsupermarkt ergens op een druk kruispunt, krijgen we de gelegenheid om wat in te slaan voor de lunch. ‘Pas op zakkenrollers’, waarschuwt Gerson. En inderdaad de sfeer is hier minder ontspannen dan in Klein Kuppe gisteren. Meer armoede, denk ik. Zo ziet het stadje er wel uit. Overigens is het maar klein. Wel is er een grote middelbare school. Ik zie leerlingen in hun schooluniform lopen.
Inmiddels loopt het tegen half drie. We rijden verder door de Kharas regio. Kharas is het Nama woord voor droog gebied. Nu heeft het de afgelopen drie, vier jaar, als gevolg van klimaatverandering wel meer dan gemiddeld geregend. Vandaar dat de Kalahari ook meer begroeid is met lage acaciastruiken. Maar echt geweldig doen die het niet.
Over een dirt road rijden we vervolgens richting Fish River Canyon, de op één na grootste canyon ter wereld. Die andere is in de Verenigde Staten van Amerika. Onderweg wijst Gerson ons op de zogenaamde gifbomen. De euphorbia virosa. De melkachtige sap van deze plant is dodelijk voor de mens. Vijfentwintig arbeiders uit Swakopmund zijn recentelijk omgekomen toen ze de takken van deze boom hebben gebruikt om het vuur voor de braai mee te stoken. Ze roosterden het vlees erop en waren de volgende allemaal overleden. De Bosjesmannen gebruiken de sap voor hun gifpijlen.
Bij het Canyon Roadhouse doen we nog een sanitaire stop. Het gebouw en het terrein staan vol met oude Amerikaanse auto’s. Iemand heeft enorm zijn of haar best gedaan om het op een Amerikaans truckerscafé te doen lijken: overal nummerborden en andere borden met opschrift. Een bezoek aan het herentoilet is zeer de moeite waard. De muren zijn behangen met filmposters en ik voel de ogen van Clint Eastwood als The Outlaw Josey Wales in mijn rug als ik naar binnen ga.
Helaas kunnen we hier niet lang genoeg blijven om alles goed te bekijken, want het loopt tegen half vijf inmiddels en de zon gaat om twintig over zes onder. Tegen Gerson grap ik dat ‘ek die mannenbadkamer erg inspirerend vond’. Hij schiet in de lach en weet precies wat ik bedoel. ‘Jij kunt die doos openen.’
Over de dirt road weer verder. Die wordt steeds slechter naarmate we de canyon naderen. Gerson betaalt de entree en daarna hobbelen we nog elf kilometer verder. Wat een ongelooflijk landschap. Wolf Point is het meest spectaculaire uitzichtpunt, maar Gerson rijdt er aan voorbij. Twee kilometer verder is nog een uitzichtpunt. Daar parkeert hij de bus en wie wil kan de twee kilometer langs de canyonrand naar Wolf Point teruglopen. Dat doen we allemaal. ‘Maar kom niet te dicht bij die rand’, waarschuwt Gerson. Hij zal als bezemwagen fungeren en degene die na een kilometer geen puf meer heeft om te lopen, kan de bus nemen. Niemand maakt van het aanbod gebruik.
Het is een prachtige wandelroute en de uitzichten op de meer dan 500 meter diepe canyon zijn fantastisch. Wanneer de zon bijna ondergaat, is iedereen bij Wolf Point. Gerson heeft de koelbox uit de bus gehaald en komt met allerlei drankjes aanzetten. Weer een sundowner, net als gisteren. Met een biertje, een wijntje of een sapje staan we te genieten van de zonsondergang.
Dan is het tijd om naar de lodge te gaan, ongeveer een half uurtje rijden. Het is donker als we bij Gondwana Canyon Village aankomen. De bagage wordt naar onze kamers gebracht. We hoeven zelf niets te dragen. Ook in de supermarkt worden de boodschappen voor je ingepakt. Voor de meesten van ons, hoeft dit niet maar het is werk en de mensen die het doen worden ervoor betaald.
Gezamenlijk eten we aan een lange tafel waarop bijzondere kleden liggen. Het lijken quilts, ‘laslappies’ en dat zijn het ook. De kleden hebben een betekenis die cultuurgebonden is.
We doen ons tegoed aan een lopend buffet met een ruime keuze aan heerlijke gerechten. Tegen 21:00 uur zoeken we onze kamers op. Nog even genieten van de sterrenhemel, want er is hier geen ‘luchtbezoedeling’ en dan is het mooi geweest. Morgen vertrekken we om negen uur. Uitslapen dus.
Tot zover, tot morgen!
Foto’s
4 Reacties
-
Henk Meijer:25 april 2026Over de twee voortanden; onvoorstelbaar. Prachtig de serenades van de vogels. Jouw schrijven lezende hoor ik die serenade hier. Dank!
-
Marijke:25 april 2026Wat een dag weer al weer zoveel gezien en dit is nog maar het begin.keertje uitslapen ook fijn😴😁
-
Lou van Hurck:25 april 2026Mooie reisdag. Een tip voor de vogelgeluiden, download de app Merlin Bird, als je het geluid aanzet in de app dan zoekt ie er de vogel bij met een naam en foto
-
Reiny van deBunt:25 april 2026Weet je al welke vogel was..en wat een kale vlaktes! Ruimte genoeg daar! Hebben ze ook ( speciale) bloemen? Maar wat moet je nu al veel herinneringen opslaan...en het is nog maar het begin! 🙈

