Diamonds Are Forever
26 april 2026 - Karas Region, Namibië
Vandaag vertrekken we om kwart voor zeven in de ochtend. Het is nog donker wanneer ik richting de receptie loop. Alles is daar ook nog dicht en ik moet om het gebouw heen lopen. Oppassen voor op - en afstapjes. Gerson staat al klaar met de bus en iedereen is op tijd. Twee kilometer over een dirt road en dan zijn we bij de B4. Vandaag gaan we westwaarts, naar de Atlantische Oceaan. Lüderitz, Dias Point en Kolmannskuppe, de laatste is een spookstad in de woestijn, tien kilometer ten oosten van het havenstadje Lüderitz. Het is een tocht van bijna 270 kilometer. En diezelfde hoeveelheid kilometers moeten vanmiddag in tegengestelde richting ook weer afgelegd worden. Daarom vertrekken we vroeg. En je zou het bijna vergeten, vandaag is het zondag. Er is nauwelijks verkeer op de weg. De meeste van ons hebben hun ontbijt al op de kamer genuttigd, maar er zat zoveel eterij de papieren zak die we gisteravond meekregen dat de meesten van ons een deel van het ontbijt hebben meegenomen voor in de bus. Okido? Doki ook, zoals Gersons stopwoordje luidt. En dat zullen we vandaag nog vele malen horen.
Onze eerste stop is bij het verlaten treinstationnetje Garub, midden in de Namib woestijn. Naast het vervallen stationsgebouw staat nog een ijzeren waterreservoir op palen. Water was en is essentieel in deze droge omgeving.
Begin 20e eeuw was de route van de kust naar het binnenland een verraderlijk ossenwagenpad door de Namibwoestijn, bezaaid met botten van dieren die bezweken waren tijdens de barre, waterloze tocht. Lüderitz was afhankelijk van water dat vanuit de Kaapkolonie werd aangevoerd of geproduceerd door een kleine, ontoereikende ontziltingsinstallatie.
Tijdens de Duits-Nama-oorlog van 1904 tot 1907 werd Lüderitz een cruciale bevoorradingspost voor de Schutztruppe, wat leidde tot de aanleg van een spoorlijn om het transport te vergemakkelijken. Toen de spoorlijn kilometer 105 - wat later Garub werd genoemd bereikte. -, lag dit 767 meter boven zeeniveau. Garub diende als een belangrijke tussenstop voor het aanvullen van voorraden voordat de stoom- locomotieven aan de steile klim naar Aus begonnen.
De ontdekking van kwalitatief goed water bij kilometer 105 in 1908 maakte van Garub een belangrijke waterbron. Er werd een smalspoorlijn van twee kilometer aangelegd om water van het boorgat naar de spoorlijn te transporteren, waardoor een constante watervoorziening voor zowel de lokale bevolking als de stoomlocomotieven werd gegarandeerd.
Het landschap van het zuidwesten van Namibië veranderde in 1908 drastisch door de ontdekking van diamanten in de buurt van Lüderitz. De daaropvolgende diamantkoorts bracht een golf van bedrijvigheid naar het gebied. Diamantstadjes verrezen in de woestijn en Lüderitz zelf bruiste van nieuwe ontwikkelingen. Vanaf 1911 werden er op station Garub versnaperingen en zelfs vers Garub-water verkocht, waardoor het een populaire lunchplek werd voor treinreizigers.
De Eerste Wereldoorlog drukte zijn stempel op Garub. In 1914, toen de Union Defence Force (UDF) uit Zuid-Afrika in Lüderitz landde, troffen ze Duitsers aan die geëvacueerd waren en de spoorlijn hadden vernield tijdens hun terugtocht. De UDF herstelde de lijn maar raakten in december 1914 slaags met een Duitse achterhoede bij Garub. Tijdens de gevechten werden het station en de watertanks beschadigd. Een paar maanden later was alles weer hersteld.
Na de Duitse overgave in 1915 bleef Garub een cruciale waterpost tot de stoomlocomotieven in de jaren zestig plaats maakten voor diesellocomotieven. De waterput bleef operationeel en voorzag de spoorwegonderhoudsteams en de wilde paarden die in het gebied rondzwierven van water. Eind jaren tachtig werden delen van het Sperrgebiet, waaronder het leefgebied van de wilde paarden, onderdeel van het Namib Naukluft Park en in 2004 werd het Nationaal Park Tsau //Khaeb (Sperrgebiet) opgericht.
Tegenwoordig dient de oude waterput bij Garub als noodvoorziening voor de dieren.
De volgende stop is bij het spookstadje Kolmannskuppe. Het is vernoemd naar Johnny Coleman, die tijdens een zandstorm zijn ossenkar achterliet om te schuilen langs een helling tegenover de nederzetting.
In 1908 ontdekte Zacharias Lewala in het gebied een diamant. Hij toonde deze aan zijn supervisor, de Duitse spoorweginspecteur Augustus Stauch, die meteen in de gaten had dat het gebied rijk was aan diamanten. Daarop begonnen Duitse mijnwerkers binnen te stromen. Kort daarna verklaarde de Duitse regering een groot gebied tot verboden gebied, het zogenaamde Sperrgebiet, en liet er de diamanten delven. Nog steeds is het Sperrgebiet en is het ten strengste verboden om je er zonder toestemming in te begeven. Je riskeert een torenhoge boete en een gevangenisstraf van maximaal twee jaar.
De eerste mijnwerkers gebruikten hun hernieuwde rijkdom om de plaats op te bouwen. De bouwstijl van een Duits dorp werd nagebootst en er werden voorzieningen en instellingen aangelegd, waaronder een ziekenhuis, een danszaal, een elektriciteitscentrale, een school, een theater, een kegelbaan, een casino en een ijsfabriek. Komanskop had het eerste röntgenapparaat op het zuidelijk halfrond, en de eerste tram in Afrika, die Kolmanskop per spoor verbond met Lüderitz. Op het hoogtepunt telde het stadje circa 1200 inwoners.
We krijgen een rondleiding van Jurgen, een wat oudere man die mooie verhalen kan vertellen over het smokkelen van diamanten. De kostbare steentjes werden overal in verstopt, ook in de aanwezige huisdieren. Werknemers aten ze zelfs op. Daar werd op gereageerd door verdachte werknemers in quarantaine te houden. Met de komst van een van de eerste röntgenapparaten werd de quarantaine periode overbodig.
Na de rondleiding kunnen we op eigen gelegenheid nog wat rondkijken, maar het loopt inmiddels tegen half twaalf en we willen nog naar Dias Point, het punt waar de Portugese zeevaarder en ontdekkingsreiziger Bartolomeüs Dias in 1487 aan land ging en een kruis plaatste. Nu staat er een replica van dat kruis. Ik wil ook even kijken bij de vuurtoren die er staat. De toren dateert uit 1915 en is 28 meter hoog. Hij staat op een zeshoekige stenen sokkel van één verdieping hoog en is beschilderd met rood witte banden.
Daarna gaan we terug naar het plaatsje Lüderitz, waar we drie kwartier de tijd krijgen om wat rond te struinen. Veel is er niet te beleven op deze zondag. De meeste winkels en restaurants zijn dicht. Ik loop een rondje. Bekijk de Felsenkirche (dicht), enkele gekleurde huisjes en het gloednieuwe Maritiem museum (ook dicht).
Terug naar de bus. In een pandje met een fel geel gekleurde gevel zit een kunstwinkeltje. De deur zit op slot, maar er hangt een bordje achter het raam waarop ‘open’ staat. Ik sta wat door de raampjes te turen en ineens gaat de deur open. Een knappe slanke vrouw nodigt ons uit om binnen te komen. In een mum van tijd staan er zeven reisgenoten binnen en geen van allen komen met lege handen weer naar buiten. Erg leuk. Ik koop een fraaie houtgesneden gemsbok. De dame in de winkel heeft een goeie middag.
Om half drie beginnen we aan de terugreis. Nog steeds is er weinig tot geen verkeer op de weg. Rond vijf uur terug in de lodge. Even een paar uurtjes voor mezelf en om zeven uur is het diner: onder andere springbok stew en kippenvleugels op houten spiesjes, salade en gebakken aardappeltjes. Als toetje een citroen meringue.
Gerson neemt ons nog even mee naar buiten en laat ons enkele sterren en sterrenbeelden zien. Hij heeft een app op z’n telefoon, Stellarium, en die zal hij aan ons doorsturen dan kunnen wij er thuis, op het noordelijk halfrond, ook mee aan de slag.
Genoeg voor vandaag. Eerst maar weer lekker slapen.
Tot zover, tot morgen!
De foto’s en filmpjes houden jullie tegoed. De wifi is hier zo zwak dat uploaden niet gaat. Morgen beter.


Fijn dat je nog een mooi souvenir heb kunnen kopen.....mooie herinnering.