Bodø, Noorwegen
27 juli 2025 - Bodo, Noorwegen
Het is druk aan de ontbijttafel. Ik zit naast een Duitser wiens jeugddroom het was om naar Hammerfest te gaan. Hij is wat ouder dan ik en komt uit het zuiden van Duitsland, uit de buurt van de Bodensee. Hij is door Denemarken gereden en met de veerboot van Hirtshals naar Kristiansand gevaren. Daarna met de auto naar het noorden. Maar hij kreeg pech met zijn VW en die staat nu ergens in Dombas. Het kost drie weken tijd om de auto te repareren. Zijn plan om naar Hammerfest te gaan, heeft hij moeten laten schieten. Tromsø is het hoogst haalbare. Vanuit Dombas is hij met de trein naar Bodø gegaan. Hij heeft nog wel een lichte fiets bij zich en hij wil proberen nog wat te fietsen hier in de buurt. Die fiets kon makkelijk mee de trein in. Doen ze hier in Noorwegen niet moeilijk over. Tijdens een fietstochtje heeft hij een vrouw leren kennen. Ze is kunstschilder en hij had twee kwasten achter op zijn bagagedrager en ze dacht dat hij ook kunstschilder was. Zo was het contact ontstaan. En ze woont dus in Tromsø. Vandaar zijn eindbestemming: Tromsø.
Om 10:20 uur neem ik de bus naar Vollen Sykehjem. Dat is ongeveer tien minuten van mijn hotel. Daar begint zo ongeveer de hiking trail naar Keiservarden, een bergplateau 366 meter boven de zeespiegel. Het weer is beter dan gisteren. Wel bewolkt, maar af en toe ook wat zon. Wanneer ik de bus uitstap moet ik nog wel even zoeken naar het startpunt van de route en zelfs de weg vragen aan iemand die haar hond uitlaat maar uiteindelijk ben ik op weg naar de top. Het is ongeveer drie kilometer klimmen en de uitzichten zijn spectaculair. Er zijn vandaag veel wandelaars die de klim naar boven wagen en ik raak in gesprek met een Noors gezin. Ze vragen waar ik vandaan kom en of er in Nederland geen bergen zijn. Nee, het grootste deel van ons landje ligt onder de zeespiegel. En of ik naar de voetbalwedstrijd ga in Bodø vanmiddag. Nee, ook al niet. Ik vertel hen over mijn verdere reisplannen. Svalbard, mooi, daar zijn ze zelf nog nooit geweest. We vervolgen onze weg naar de top. Na anderhalf uur ben ik boven en geniet ik van de uitzichten. Ongelooflijk. Wat mooi. Er staat een monument ter nagedachtenis aan de Duitse keizer Wilhelm II. Hij zou de berg op 19 juli 1899 hebben beklommen en naar hem is deze berg dan ook vernoemd.
Een half uurtje blijf ik boven om alles goed in me op te nemen. Dan begin ik aan de afdaling. Dat gaat wel sneller maar je moet goed uitkijken waar je loopt en waar je je voeten neerzet op de rotsen. Wanneer ik bijna beneden ben, begint het wat te miezeren. Ik merk ook dat ik wat moe begin te worden. Best inspannend, zo’n tochtje. Heel anders dan het lopen van een etappe van het Pieterpad.
De bus brengt me weer tot vlakbij mijn hotel en ik haal in een supermarkt een paar bananen en een flesje Fanta. Even twintig minuten bijkomen op m’n hotelkamer en dan neem ik de bus naar Saltstraumen, een ander spectaculair natuurverschijnsel ten zuiden van Bodø. Een half uurtje rijden met de bus. Deze ‘Zoutstroom’ ligt hemelsbreed ongeveer tien kilometer ten zuidoosten van Bodø, maar om er te komen moet je om de fjord heen rijden. Saltstraumen is een smalle zeestraat die de Saltfjord met de Skjerstadfjord verbindt. De getijstroom die hier is, is de sterkste ter wereld. Door de drie kilometer lange en 150 meter brede zeestraat passeert elke zes uur zo’n 400 miljoen kubieke meter (ton) zeewater. De gemiddelde snelheid ligt rond de 7 knopen (ongeveer 13 km per uur) met uitschieters naar 20 knopen (ongeveer 37 km per uur), voornamelijk bij nieuwe en volle maan. Waar de stroming op z’n sterkst is, kunnen draaikolken met een diameter van tien meter en een diepte van vijf meter ontstaan.
Ik loop de brug over en daal vervolgens af naar de oever. Er zijn wat mensen aan het vissen. Aan de rand van het water zie en hoor ik met eigen ogen en oren hoe het water zich door de zeestraat perst. Hier moet je niet in terechtkomen. Wat een geweld! Over de brug loop ik weer terug naar de andere oever. Het uitzicht op het Børvasstindene gebergte is fascinerend. Grillige hoge toppen. Hier en daar ligt nog sneeuw. Ik besluit om in het restaurant nog even iets te drinken. Het loopt tegen vieren en ik moet ook even kijken wanneer er een bus terug naar Bodø gaat. Die gaat om 17:51 uur en het is meteen de laatste van vandaag. Die moet ik dus hebben. Dat betekent dat ik nog wat tijd moet doorbrengen hier, maar dat is geen enkel probleem. De zon komt er inmiddels steeds meer bij en op de oostelijke oever valt genoeg te zien. Bovendien staan er genoeg bankjes waar je op kunt zitten en kunt genieten van het uitzicht en de natuur om je heen: de Saltstraumen, de wilde bloemen die overal bloeien, de vergezichten, de vogeltjes die hier en daar vliegen, veel kwikstaartjes; professionele duikers die toch vanaf een bootje de stroming in gaan, de bergen op de achtergrond. Net als eerder op de dag laat ik de omgeving op me inwerken.
De bus is op tijd en ik stap in, samen met een Zwitserse dame met wie ik aan de praat raak. Zij maakt mijn tocht in omgekeerde richting. Ze is nu een tijdje in Bodø en wil al treinend terug naar Oslo. Ze weet nog niet wanneer ze terug naar haar eigen land gaat. Ergens in augustus, denkt ze.
In het centrum van Bodø stap ik uit en eet nog een heerlijke tacosalade bij restaurant Egon. En dan ineens knap ik af, voel ik hoe moe ik ben. Van het vele lopen vandaag, de indrukken. Ik moet zo snel mogelijk terug naar mijn hotelkamer. Wanneer ik daar ben gearriveerd, laat ik me op m’n bed vallen. Ik lijk Ruben Callens wel, één van de drie wandelende Belgen, die zich na een dag lopen ook op z’n bed liet ploffen.
Het verslag van de dag zit er nu niet meer in, maar het komt. Wees niet ongerust, het kannetje is even leeg voor vandaag. En ziehier, je hebt het inmiddels gelezen.
Tot zover, tot morgen!


Fijn om met mee te mogen reizen,
Wat een prachtige natuur!
Succes hoor met de auto !!